Over mannetjes en vrouwtjes.
Eigenlijk ongemerkt ben ik toch weer verzeild geraakt in de trainingsmethode van Harry Honselaar. Ik heb een tijd lang intensief Jack Daniels bestudeerd en in praktijk gebracht, maar het vereist toch behoorlijk wat passen, meten en rekenen om een verantwoorde trainingsweek te produceren. Honselaar is wat meer rechttoe rechtaan en makkelijker om te gooien als er weer eens een wedstrijd in de weg zit. Wat ik de laatste weken heb gedaan is eigenlijk de wedstrijden ondergeschikt maken aan de training, en dat is voor mijn doen een hele stap. Toch blijkt dat de prestaties er niet echt onder geleden hebben. Zo kan ik trots constateren dat ik langzaam maar zeker op hetzelfde niveau ben teruggekeerd waar ik een jaar geleden was gebleven, voordat alle blessure-ellende begon. Een jaar. Dat is knap lang. Ik heb best vaak getwijfeld of ik ooit weer in de buurt van het niveau van 2009 zou komen. Het vertrouwen is weliswaar terug, maar ik zal er nog hard aan moeten werken. En dan is het pas tijd voor de volgende stap; de stijgende lijn doortrekken naar nieuwe hoogtes.
20-02-2011: NK Cross (Oale Spoor Cross); 8200m in 40:19 (4:54/km)
Alhoewel ik had aangekondigd dat ik Hellendoorn zou laten schieten heb ik me toch laten verleiden om niet een vlakke 10 kilometer in Hengelo te lopen maar de recreantencross van het NK. Die keuze werd ook wat makkelijker gemaakt doordat ik bij de eerste twee Wooldereslopen nou niet bepaald toptijden had neergezet. De competitiedrang was daardoor wat naar de achtergrond verdwenen. En hoe je het ook wendt of keert, het Hellendoornse parcours blijft natuurlijk een uitdaging. Wel kreeg ik gelijk wat de deelname betrof; Aan de start verschenen anderhalve man en een paardenkop aangevuld met de prominenten Moniek Kleinsman en Rob Harmeling.
Moniek, die ik uitgebreid heb kunnen bijpraten over het fenomeen crosslopen omdat we via een ietwat lange weg naar de inschrijving liepen, liep vanaf de start bij me weg, maar verdween nooit helemaal uit beeld. En toen we bijna de kleurtjes van de verschillende ronden allemaal in de juiste volgorde hadden afgewerkt zag ik dat ik toch wel weer akelig dicht bij haar in de buurt begon te komen. Ze finishte iets voor Rob Harmeling, die gedeeld derde werd bij de 40-plussers, waar ik weer 21 seconden achter finishte. Die posities stelden natuurlijk allemaal niet zoveel voor, maar ik had wel het idee dat ik weer goed gexefnvesteerd had in de nabije wedstrijdtoekomst. Het voelde goed, al had er na de laatste klim ook echt niet nog een ronde moeten komen.
De bevestiging dat ik op een vlakke tien kilometer weer onder de 45 minuten kon lopen moest maar even uitgesteld worden. Er volgde weer een wedstrijdloos weekend, waarin ik voor het eerst sinds tijden weer een halve marathonafstand liep. Het weekend erna stond op zaterdag de afsluitende cross van het TIB Finishing Crosscircuit op het programma.
Zaterdag 5 maart 2011: Bovenbergcross, Markelo: 4,9km in 23:01 (4:42/km)
Eerlijk gezegd was de competitie op de 5 kilometer ook niet heel erg boeiend gezien het beperkte aantal deelnemers, maar het was toch net voldoende voor mij om progressie te zien. Bij de tweede wedstrijd eindigde ik al voor degene die in Nijverdal een plek voor me finishte, terwijl ik in Goor alweer eindigde voor degene die in het eindklassement uiteindelijk nog wel voor me stond. Het crossseizoen was hiermee definitief afgesloten, waarna het tijd werd om de opgedane kracht op het asfalt om te zetten in snelheid.
Maar eerst wilde Honselaar nog even dat ik een lange duurloop van 2:30 uur zou doen. Aangezien ik op zondag, tussen de wedstrijden van Jaidy door, een gaatje zag om even richting Buurserzand te trekken moest het maar gebeuren ook. Ik liep alleen met m'n stomme kop van huis uit de verkeerde kant op, zodat ik moest gaan improviseren om op de geplande 25 kilometer uit te komen. En dat lukte niet helemaal. Uiteindelijk lukte het in 2:35, maar de snelheid lag wat te hoog, waardoor de totaalafstand opgelopen bleek te zijn tot 27 kilometer. En dit keer had ik wel doorgelopen. Het was een absoluut record, en zeker niet verstandig, want eerlijk gezegd leken de laatste kilometers niet helemaal meer op hardlopen. Maar aan de andere kant; ik had de kilometers hard nodig, want ik dreigde alweer behoorlijk achter te raken op de planning van heer Honselaar. Elke dag een beetje zou natuurlijk verstandiger zijn geweest, maar de omstandigheden wilden het nou eenmaal zo.
Op dinsdag deed ik een 10×1000, met tijden die nog het meest leken op het wedstrijdtempo in Hellendoorn, maar neem het me eens kwalijk. Na nog maar eens een dag extra rust was daar plotseling de mogelijkheid weer eens mijn rondje Tankenberg te doen. Wat had ik dat het hele jaar 2010 gemist. En waarom ik het deed weet ik niet, maar blijkbaar blind in dienst van kilometerbeul Honselaar perste ik er op vrijdag nog 18 kilometer uit. Ik had besloten de 10 kilometercompetitie van de Woolderesloop niet af te maken, en in plaats daarvan in het kader van de voorbereiding op de halve Enschede Marathon maar wat extra wedstrijdkilometers te maken. Na zo'n trainingsweek kon ik daar eigenlijk niet zoveel van verwachten, maar ik stelde m'n horloge in op 4:40 per kilometer en vond dat dat toch haalbaar moest zijn. Als dat zou lukken zou het in ieder geval niet m'n langzaamste 15 kilometer zijn en kon ik met redelijk veel vertrouwen op de ingeslagen weg verder.
Zondag 13 maart 2011: 4e Woolderesloop; 15 kilometer in 1:10:..(4:40/km)
Ik liep tegen het mannetje op m'n horloge, wat als voordeel heeft dat je in xe9xe9n oogopslag ziet waar je aan toe bent. Geen gereken, gewoon zorgen dat hij niet teveel van je wegloopt. Ik was bewust niet te ver naar voren gaan staan bij de start, om mijn enthousiasme wat in te dammen in de eerste kilometer. Ik drukte echter m'n horloge te vroeg in, waardoor ik voor ik goed en wel over de startlijn was al zo'n tien seconden achter liep op schema. Van 4:47 in kilometer 1 ging het naar 4:38 en zelfs 4:34 in kilometer drie. Toen eenmaal de twee tunneltjes, tweemaal het bospad en nog eenmaal een tunneltje om het af te leren in het parcours opdoken, leverde ik kilometer na kilometer in. Ik had na een kilometer of twee Marlies en Eddy in het oog gekregen, maar zag dat laatstgenoemde langzaam maar zeker weg begon te lopen. Stukje bij beetje schoof ik op richting Marlies, ervan uitgaande dat Eddy dan blijkbaar weer de 10 kilometer zou lopen, maar toen de wegen van de 10 en de 15 van elkaar scheidden kon ik Eddy nergens ontwaren. Hij bleek toch ook weer linksaf te zijn geslagen.
Ook in de tweede ronde door het bos bleef ik aan een wel heel erg lang elastiek hangen bij Marlies, maar toen we eenmaal het laatste tunneltje uit waren liep ik plotseling zienderogen op haar in. Enkele tientallen meters daarvoor liep Eddy. Ik hengelde Marlies binnen, waarna het niet meer lang duurde voordat we samen ook Eddy hadden achterhaald, ingehaald, en achtergelaten. Met z'n driexebn naar de finish zat er dus blijkbaar niet in. Nou vooruit, met z'n tweexebn dan maar.
De kilometertijd zat inmiddels rond de 4:35 en vol goede moed nam ik nog even de kop over, totdat Marlies vrij snel weer langszij kwam en verdorie langzaam maar zeker bij me weg begon te lopen. Op dat punt begonnen m'n kilometertijden plotseling ook fors op te lopen via 4:43 naar 4:48. Marlies had inmiddels een meter of veertig voor me aansluiting gevonden bij een andere man en leek langzaam maar zeker verder weg te lopen. Ik keek nog maar eens om, want ik sloot niet uit dat Eddy zomaar weer vlak achter me zou zitten. Maar ja, wat is xe9xe9n lousy kilometer als je er al veertien hebt afgelegd? Dus tegen de tijd dat die laatste kilometer aanbrak plaatste ik nog eenmaal een versnelling, waarvan ik hoopte dat ik hem tot de finish kon doortrekken. Een blik op mijn horloge leerde me dat ik 70 meter achterliep op schema, en dat was inmiddels zo ongeveer de afstand die Marlies voor me liep. Ze leek het heel gezellig te hebben met haar medeloper, dus of het nou alleen aan mijn laatste inspanning te danken was weet ik niet, maar feit is dat ik er nog een fikse eindsprint uit wist te persen die er niet alleen voor zorgde dat ik Marlies nog in de laatste honderd meter voorbij sprintte, maar dat ook de achtergrond van m'n horlogemannetje op het laatst toch nog van pikzwart in helderwit veranderde en ik mijn missie op het nippertje tot een succesvol einde had gebracht.
En toen…kiespijn. Weken geleden had de tandarts een kies gevuld die op dat moment al aardig was gaan zeuren, maar het zeuren werd na het tandartsbezoek geleidelijk aan erger, tot ik na de Woolderesloop plotseling niet meer zonder pijnstiller de nacht doorkwam. Op dinsdag had ik de keus tussen wortelkanaalbehandeling of trekken al snel gemaakt, waarna ik op woensdag, met wat extra ademhalingsruimte in m'n mond, dan toch maar weer gauw de training oppakte. Het is altijd al goochelen, maar nu was ik nog een dag kwijt, dus liep ik uiteindelijk op woensdag xe9n donderdag 21 kilometer, waardoor ik voor het eerst van m'n leven binnen 24 uur een marathonafstand afwerkte. Daarna zat er niets anders op dan in twee dagen tijd dusdanig zien te herstellen dat ik bij de Drielandenloop in Losser een redelijke tien kilometer kon volbrengen. Het herstellen ging goed, en er kon op zaterdag zelfs nog wat krachthonktraining vanaf.
Zondag 20 maart 2011: Drielandenloop, Losser; 10km (9,9) in 44:36 (4:30/km)
In Losser mocht het Garmin-mannetje weer aantreden, en dit keer stond hij ingesteld op die weken eerder al beloofde 4:30 per kilometer. Na een eerste kilometer van 4:20 (wow, dat is lang geleden), realiseerde ik me al snel dat de bekende Drielandenloop-eerste-kilometer-fout me de kop kon kosten, dus liet ik al snel wat vieren. Vrouw Van Langen passeerde me, en dat leek me wel een aardige verpersoonlijking van m'n horlogemannetje. Ik haakte zo goed en kwaad als het ging bij Aly aan, en hoopte in de tussentijd dat ze wel de 10 kilometer liep. Als het de 15 bleek te zijn dan leek me dat namelijk erg slecht voor m'n moraal. Ik meende echter dat ik haar naam op de deelnemerslijst voor de 10 had zien staan, dus dat zou vast wel goed zitten.
Het lukte me goed om kilometer na kilometer redelijk bij haar in het spoor te blijven, totdat er een bordje verscheen waar toch duidelijk opstond 'keerpunt 10km over 200 meter". Toch is het een veelgemaakte denkfout bij wedstrijdorganisaties dat deelnemers aan een hardloopwedstrijd in het heetst van de strijd nog helder kunnen denken. Zo'n 30 meter om de hoek stond een mooi rijtje pylonnetjes dat in een doorsnee hardloopwedstrijd probleemloos zou kunnen doorgaan voor een keerpunt, maar dan eentje zonder vrijwilliger erbij. Ik wist echter als ervaringsdeskundige dat het keerpunt verderop lag, en mocht ik dat niet hebben geweten dan had ik dat dus even terug kunnen lezen op een bordje. Dus wat doe ik? Ik loop blindelings achter mijn voorganger aan die deze verwarrende constructie aanziet voor het aangekondigde keerpunt, waarna er meteen een gepikeerde medeloper van een afstandje begint te brullen, omdat hij wel netjes de vooraf aangekondigde 200 meter had overbrugd, en nu gedupeerd dreigde te raken door deze vroege keerders.
Het speelde zich allemaal in een paar tellen af. Voor we er erg in hadden liepen we alweer in de goede richting, en sloot ik weer aan achter Aly, die nog iets brabbelde over gezond verstand, en er al vrij snel dankbaar misbruik van maakte dat deze extra 360 wel m'n ritme behoorlijk had aangetast. Ook de dame die al een tijdje in m'n spoor had gelopen liep nu op enige afstand voor me. Uiteindelijk haalde Aly nog een dame in die al die tijd voor haar had gelopen, en lukte het mij tot aan de finish niet meer de twee ontvluchte dames bij te halen. De achterhaalde dame was ik ook al snel voorbij, maar de twee voor me bleven weg. Zelfs mijn magische eindsprint baatte dit keer niet. Goed nieuws was dat ik deze damesrace inclusief pirouette toch nog binnen de 45 minuten volbracht, ondanks het feit dat ik door al dat gedraai achter mijn Garmin-mannetje was gaan aanhollen. Ook dit keer was het doel – 4:30/km - bereikt, wat toch weer een stap in de goede drichting genoemd mag worden.
En nu huiveren voor de 10 mijl in Haaksbergen waar Eddy revanche wil nemen. Ik weet derhalve al wie dit keer mijn Garmin-mannetje wordt. Ik moet alleen nog even bedenken welke snelheid ik hem toedicht.
Mzzl.
