Over mannetjes en vrouwtjes.

Eigenlijk ongemerkt ben ik toch weer verzeild geraakt in de trainingsmethode van Harry Honselaar. Ik heb een tijd lang intensief Jack Daniels bestudeerd en in praktijk gebracht, maar het vereist toch behoorlijk wat passen, meten en rekenen om een verantwoorde trainingsweek te produceren. Honselaar is wat meer rechttoe rechtaan en makkelijker om te gooien als er weer eens een wedstrijd in de weg zit. Wat ik de laatste weken heb gedaan is eigenlijk de wedstrijden ondergeschikt maken aan de training, en dat is voor mijn doen een hele stap. Toch blijkt dat de prestaties er niet echt onder geleden hebben. Zo kan ik trots constateren dat ik langzaam maar zeker op hetzelfde niveau ben teruggekeerd waar ik een jaar geleden was gebleven, voordat alle blessure-ellende begon. Een jaar. Dat is knap lang. Ik heb best vaak getwijfeld of ik ooit weer in de buurt van het niveau van 2009 zou komen. Het vertrouwen is weliswaar terug, maar ik zal er nog hard aan moeten werken. En dan is het pas tijd voor de volgende stap; de stijgende lijn doortrekken naar nieuwe hoogtes.

20-02-2011: NK Cross (Oale Spoor Cross); 8200m in 40:19 (4:54/km)

Alhoewel ik had aangekondigd dat ik Hellendoorn zou laten schieten heb ik me toch laten verleiden om niet een vlakke 10 kilometer in Hengelo te lopen maar de recreantencross van het NK. Die keuze werd ook wat makkelijker gemaakt doordat ik bij de eerste twee Wooldereslopen nou niet bepaald toptijden had neergezet. De competitiedrang was daardoor wat naar de achtergrond verdwenen. En hoe je het ook wendt of keert, het Hellendoornse parcours blijft natuurlijk een uitdaging. Wel kreeg ik gelijk wat de deelname betrof; Aan de start verschenen anderhalve man en een paardenkop aangevuld met de prominenten Moniek Kleinsman en Rob Harmeling.

Moniek, die ik uitgebreid heb kunnen bijpraten over het fenomeen crosslopen omdat we via een ietwat lange weg naar de inschrijving liepen, liep vanaf de start bij me weg, maar verdween nooit helemaal uit beeld. En toen we bijna de kleurtjes van de verschillende ronden allemaal in de juiste volgorde hadden afgewerkt zag ik dat ik toch wel weer akelig dicht bij haar in de buurt begon te komen. Ze finishte iets voor Rob Harmeling, die gedeeld derde werd bij de 40-plussers, waar ik weer 21 seconden achter finishte. Die posities stelden natuurlijk allemaal niet zoveel voor, maar ik had wel het idee dat ik weer goed gexefnvesteerd had in de nabije wedstrijdtoekomst. Het voelde goed, al had er na de laatste klim ook echt niet nog een ronde moeten komen.

De bevestiging dat ik op een vlakke tien kilometer weer onder de 45 minuten kon lopen moest maar even uitgesteld worden. Er volgde weer een wedstrijdloos weekend, waarin ik voor het eerst sinds tijden weer een halve marathonafstand liep. Het weekend erna stond op zaterdag de afsluitende cross van het TIB Finishing Crosscircuit op het programma.

Zaterdag 5 maart 2011: Bovenbergcross, Markelo: 4,9km in 23:01 (4:42/km)

Eerlijk gezegd was de competitie op de 5 kilometer ook niet heel erg boeiend gezien het beperkte aantal deelnemers, maar het was toch net voldoende voor mij om progressie te zien. Bij de tweede wedstrijd eindigde ik al voor degene die in Nijverdal een plek voor me finishte, terwijl ik in Goor alweer eindigde voor degene die in het eindklassement uiteindelijk nog wel voor me stond. Het crossseizoen was hiermee definitief afgesloten, waarna het tijd werd om de opgedane kracht op het asfalt om te zetten in snelheid.

Maar eerst wilde Honselaar nog even dat ik een lange duurloop van 2:30 uur zou doen. Aangezien ik op zondag, tussen de wedstrijden van Jaidy door, een gaatje zag om even richting Buurserzand te trekken moest het maar gebeuren ook. Ik liep alleen met m'n stomme kop van huis uit de verkeerde kant op, zodat ik moest gaan improviseren om op de geplande 25 kilometer uit te komen. En dat lukte niet helemaal. Uiteindelijk lukte het in 2:35, maar de snelheid lag wat te hoog, waardoor de totaalafstand opgelopen bleek te zijn tot 27 kilometer. En dit keer had ik wel doorgelopen. Het was een absoluut record, en zeker niet verstandig, want eerlijk gezegd leken de laatste kilometers niet helemaal meer op hardlopen. Maar aan de andere kant; ik had de kilometers hard nodig, want ik dreigde alweer behoorlijk achter te raken op de planning van heer Honselaar. Elke dag een beetje zou natuurlijk verstandiger zijn geweest, maar de omstandigheden wilden het nou eenmaal zo.

Op dinsdag deed ik een 10×1000, met tijden die nog het meest leken op het wedstrijdtempo in Hellendoorn, maar neem het me eens kwalijk. Na nog maar eens een dag extra rust was daar plotseling de mogelijkheid weer eens mijn rondje Tankenberg te doen. Wat had ik dat het hele jaar 2010 gemist. En waarom ik het deed weet ik niet, maar blijkbaar blind in dienst van kilometerbeul Honselaar perste ik er op vrijdag nog 18 kilometer uit. Ik had besloten de 10 kilometercompetitie van de Woolderesloop niet af te maken, en in plaats daarvan in het kader van de voorbereiding op de halve Enschede Marathon maar wat extra wedstrijdkilometers te maken. Na zo'n trainingsweek kon ik daar eigenlijk niet zoveel van verwachten, maar ik stelde m'n horloge in op 4:40 per kilometer en vond dat dat toch haalbaar moest zijn. Als dat zou lukken zou het in ieder geval niet m'n langzaamste 15 kilometer zijn en kon ik met redelijk veel vertrouwen op de ingeslagen weg verder.

Zondag 13 maart 2011: 4e Woolderesloop; 15 kilometer in 1:10:..(4:40/km)

Ik liep tegen het mannetje op m'n horloge, wat als voordeel heeft dat je in xe9xe9n oogopslag ziet waar je aan toe bent. Geen gereken, gewoon zorgen dat hij niet teveel van je wegloopt. Ik was bewust niet te ver naar voren gaan staan bij de start, om mijn enthousiasme wat in te dammen in de eerste kilometer. Ik drukte echter m'n horloge te vroeg in, waardoor ik voor ik goed en wel over de startlijn was al zo'n tien seconden achter liep op schema. Van 4:47 in kilometer 1 ging het naar 4:38 en zelfs 4:34 in kilometer drie. Toen eenmaal de twee tunneltjes, tweemaal het bospad en nog eenmaal een tunneltje om het af te leren in het parcours opdoken, leverde ik kilometer na kilometer in. Ik had na een kilometer of twee Marlies en Eddy in het oog gekregen, maar zag dat laatstgenoemde langzaam maar zeker weg begon te lopen. Stukje bij beetje schoof ik op richting Marlies, ervan uitgaande dat Eddy dan blijkbaar weer de 10 kilometer zou lopen, maar toen de wegen van de 10 en de 15 van elkaar scheidden kon ik Eddy nergens ontwaren. Hij bleek toch ook weer linksaf te zijn geslagen.

Ook in de tweede ronde door het bos bleef ik aan een wel heel erg lang elastiek hangen bij Marlies, maar toen we eenmaal het laatste tunneltje uit waren liep ik plotseling zienderogen op haar in. Enkele tientallen meters daarvoor liep Eddy. Ik hengelde Marlies binnen, waarna het niet meer lang duurde voordat we samen ook Eddy hadden achterhaald, ingehaald, en achtergelaten. Met z'n driexebn naar de finish zat er dus blijkbaar niet in. Nou vooruit, met z'n tweexebn dan maar.

De kilometertijd zat inmiddels rond de 4:35 en vol goede moed nam ik nog even de kop over, totdat Marlies vrij snel weer langszij kwam en verdorie langzaam maar zeker bij me weg begon te lopen. Op dat punt begonnen m'n kilometertijden plotseling ook fors op te lopen via 4:43 naar 4:48. Marlies had inmiddels een meter of veertig voor me aansluiting gevonden bij een andere man en leek langzaam maar zeker verder weg te lopen. Ik keek nog maar eens om, want ik sloot niet uit dat Eddy zomaar weer vlak achter me zou zitten. Maar ja, wat is xe9xe9n lousy kilometer als je er al veertien hebt afgelegd? Dus tegen de tijd dat die laatste kilometer aanbrak plaatste ik nog eenmaal een versnelling, waarvan ik hoopte dat ik hem tot de finish kon doortrekken. Een blik op mijn horloge leerde me dat ik 70 meter achterliep op schema, en dat was inmiddels zo ongeveer de afstand die Marlies voor me liep. Ze leek het heel gezellig te hebben met haar medeloper, dus of het nou alleen aan mijn laatste inspanning te danken was weet ik niet, maar feit is dat ik er nog een fikse eindsprint uit wist te persen die er niet alleen voor zorgde dat ik Marlies nog in de laatste honderd meter voorbij sprintte, maar dat ook de achtergrond van m'n horlogemannetje op het laatst toch nog van pikzwart in helderwit veranderde en ik mijn missie op het nippertje tot een succesvol einde had gebracht.

En toen…kiespijn. Weken geleden had de tandarts een kies gevuld die op dat moment al aardig was gaan zeuren, maar het zeuren werd na het tandartsbezoek geleidelijk aan erger, tot ik na de Woolderesloop plotseling niet meer zonder pijnstiller de nacht doorkwam. Op dinsdag had ik de keus tussen wortelkanaalbehandeling of trekken al snel gemaakt, waarna ik op woensdag, met wat extra ademhalingsruimte in m'n mond, dan toch maar weer gauw de training oppakte. Het is altijd al goochelen, maar nu was ik nog een dag kwijt, dus liep ik uiteindelijk op woensdag xe9n donderdag 21 kilometer, waardoor ik voor het eerst van m'n leven binnen 24 uur een marathonafstand afwerkte. Daarna zat er niets anders op dan in twee dagen tijd dusdanig zien te herstellen dat ik bij de Drielandenloop in Losser een redelijke tien kilometer kon volbrengen. Het herstellen ging goed, en er kon op zaterdag zelfs nog wat krachthonktraining vanaf.

Zondag 20 maart 2011: Drielandenloop, Losser; 10km (9,9) in 44:36 (4:30/km)

In Losser mocht het Garmin-mannetje weer aantreden, en dit keer stond hij ingesteld op die weken eerder al beloofde 4:30 per kilometer. Na een eerste kilometer van 4:20 (wow, dat is lang geleden), realiseerde ik me al snel dat de bekende Drielandenloop-eerste-kilometer-fout me de kop kon kosten, dus liet ik al snel wat vieren. Vrouw Van Langen passeerde me, en dat leek me wel een aardige verpersoonlijking van m'n horlogemannetje. Ik haakte zo goed en kwaad als het ging bij Aly aan, en hoopte in de tussentijd dat ze wel de 10 kilometer liep. Als het de 15 bleek te zijn dan leek me dat namelijk erg slecht voor m'n moraal. Ik meende echter dat ik haar naam op de deelnemerslijst voor de 10 had zien staan, dus dat zou vast wel goed zitten.

Het lukte me goed om kilometer na kilometer redelijk bij haar in het spoor te blijven, totdat er een bordje verscheen waar toch duidelijk opstond 'keerpunt 10km over 200 meter". Toch is het een veelgemaakte denkfout bij wedstrijdorganisaties dat deelnemers aan een hardloopwedstrijd in het heetst van de strijd nog helder kunnen denken. Zo'n 30 meter om de hoek stond een mooi rijtje pylonnetjes dat in een doorsnee hardloopwedstrijd probleemloos zou kunnen doorgaan voor een keerpunt, maar dan eentje zonder vrijwilliger erbij. Ik wist echter als ervaringsdeskundige dat het keerpunt verderop lag, en mocht ik dat niet hebben geweten dan had ik dat dus even terug kunnen lezen op een bordje. Dus wat doe ik? Ik loop blindelings achter mijn voorganger aan die deze verwarrende constructie aanziet voor het aangekondigde keerpunt, waarna er meteen een gepikeerde medeloper van een afstandje begint te brullen, omdat hij wel netjes de vooraf aangekondigde 200 meter had overbrugd, en nu gedupeerd dreigde te raken door deze vroege keerders.

Het speelde zich allemaal in een paar tellen af. Voor we er erg in hadden liepen we alweer in de goede richting, en sloot ik weer aan achter Aly, die nog iets brabbelde over gezond verstand, en er al vrij snel dankbaar misbruik van maakte dat deze extra 360 wel m'n ritme behoorlijk had aangetast. Ook de dame die al een tijdje in m'n spoor had gelopen liep nu op enige afstand voor me. Uiteindelijk haalde Aly nog een dame in die al die tijd voor haar had gelopen, en lukte het mij tot aan de finish niet meer de twee ontvluchte dames bij te halen. De achterhaalde dame was ik ook al snel voorbij, maar de twee voor me bleven weg. Zelfs mijn magische eindsprint baatte dit keer niet. Goed nieuws was dat ik deze damesrace inclusief pirouette toch nog binnen de 45 minuten volbracht, ondanks het feit dat ik door al dat gedraai achter mijn Garmin-mannetje was gaan aanhollen. Ook dit keer was het doel – 4:30/km - bereikt, wat toch weer een stap in de goede drichting genoemd mag worden.

En nu huiveren voor de 10 mijl in Haaksbergen waar Eddy revanche wil nemen. Ik weet derhalve al wie dit keer mijn Garmin-mannetje wordt. Ik moet alleen nog even bedenken welke snelheid ik hem toedicht.

Mzzl.

22 March 2011
By on 02:07
Na rust komen ambities

Elke vierde week een rustige week. Het is in elk hardloopschema vaste prik, maar als je als een gek gefixeerd bent op het terugkeren naar je oude niveau ga je als een blind paard tekeer. Ik wel. Maar toch, who needs trainingsschema's? Het lichaam geeft zelf wel aan wanneer het teveel is. Akelig wordt het als het lichaam onaangekondigd besluit ermee op te houden, zoals bij mijn knieblessure die na de Singelloop ontstond. Daaruit mag je concluderen dat je dus toch met vooruitziende blik de training moet plannen. Maar ik vind het verdomd moeilijk om verstandig te zijn. Toch heb ik mezelf iets belangrijks aangeleerd: al tijdens een training of wedstrijd beslissingen nemen over het te volgen beleid van de komende week. Als het op dit moment niet goed voelt niet meteen forceren naar de volgende geplande stap, maar eventueel een dagje extra rust nemen of een minder intensieve training afwerken. Maar vooral met die beslissing niet wachten tot de aanvankelijk geplande training is aangebroken, want dan heb je al gauw weer het idee dat het wel losloopt. Zoals na de Slangenbeekloop. Toen was tijdens de wedstrijd overduidelijk dat mijn lichaam gewoon rust nodig had. In een doodgewone trainingsweek is dat dan ook vrij simpel inpasbaar, maar anders wordt het als je op zaterdag voelt dat je eigenlijk nog niet klaar bent voor de wedstrijd waarvoor je bent ingeschreven. De wedstrijd skippen komt in mijn belevingswereld niet voor. En zo loop je risico's die je eigenlijk niet zou moeten willen lopen.

Vorige week nam ik de dag na de lange duurloop van 20 kilometer het verstandige besluit om de training nog een dag uit te stellen. Omdat ik hoe dan ook nog een intervaltraining wilde doen werd dat vrijdag. Ai, dat is wel erg dicht op de wedstrijddag, want goede trainers zeggen "twee dagen voor de wedstrijd (relatieve) rust". Voor als je optimaal wilt presteren natuurlijk, en met die overtuiging ben kwam ik in Losser niet echt aan de start. Maar als ik me aan die regel houd blijft er van mijn trainingsweek niet veel over, ook al plan ik de wedstrijd in als kwaliteitstraining.

Mijn planning is een eeuwige strijd tussen verstandig trainen en wedstrijden lopen. Eerlijk gezegd voelden de benen zondagochtend net weer goed genoeg, dat is; geen pijnlijke kniexebn of andere aandoeningen op de rand van een serieuze blessure. Mijn voordeel is dat ik snel herstel, maar daar hou ik dan ook weer rekening mee, waardoor ik ook inderdaad op de ochtend van de wedstrijddag pas weer voel dat ik er klaar voor ben. Van enige marge is geen sprake. Dat staat wel los van simpele vermoeidheid, veroorzaakt door veel doen in korte tijd.

Toevallig is dat ik precies vier weken geleden mijn laatste weblog schreef, en toen ook net aan mijn rust toe was. Het is natuurlijk ook eigenlijk gekkenwerk als je binnen acht dagen twee zware crossen van in totaal 22 kilometer afwerkt, met in de tussenliggende week nog een lange duurloop van 20 kilometer en twee vrij zware intervaltrainingen. Die zogenaamde rustdag na de duurloop heb ik gebruikt om mijn fietskilometers op peil te brengen en dat viel toch ook in de categorie 'pittige training'.

De Dinkelloop van afgelopen zondag was weer een typische Dinkelloop: al in de eerste ronde denken "wat voelt dit toch zwaar beroerd". Het is steevast hetzelfde liedje in natuurgebied de Zandbergen. Altijd maar weer de conclusie trekken dat het toch zwaarder is dan je vooraf had ingeschat. En na een stuk of zeven wedstrijden daar zou je toch beter moeten weten. Nadat ik voor mijn gevoel door elke deelnemer was gepasseerd en ik constateerde dat mijn kilometertijden rond de vijf minuten lagen overheerste al vrij snel het gevoel van 'missie mislukt'. En toch, als ik een dag later de statistieken erop nakijk zie ik dat ik bij de 10 kilometer in Losser altijd 48'ers heb gelopen. Sterker nog, er is vlak voor de finish een klimmetje aan het parcours toegevoegd om diepe plassen te omzeilen. Per 10 kilometer toch wel vier klimmetjes extra. Daar staat wel tegenover dat de looprichting in de tussentijd is omgedraaid, waardoor een korte heftige klim in het mulle zand is vervangen door een langere, geleidelijke klim naar het mulle zand. Dus eigenlijk blijft het gissen wat nou voordeliger is.

Verder constateer ik dat ik nu op de 10 kilometer hetzelfde tempo loop als een maand geleden op de vijf kilometer. Gek genoeg voelde de Hulsbeekloop vorige week redelijk goed, terwijl ik daar toch echt even hard liep als in Losser. Alleen gisteren was er geen moment dat ik de muziek kon bijhouden, terwijl dat in Oldenzaal prima lukte, en dat duidt op vermoeidheid.

Die vermoeidheid is natuurlijk niet van xe9xe9n week alleen. Na de Slangenbeekloop was er weliswaar een wedstrijdloos weekend, maar een week later haalde ik het in m'n hoofd om na de Holterbergcross op zaterdag te kijken hoe mijn benen voelden op zondag, om eventueel ook nog de Woolderesloop te doen. Je kunt het zien als opeenstapeling van domme acties, maar xe9xe9n keer eerder liep ik twee wedstrijden in een weekend, en toen werd de zondagwedstrijd mijn snelste ooit.

Op zaterdag liep ik op de flanken van de Holterberg redelijk probleemloos de derde cross van het TIB Finishing Cross Circuit. De kilometertijd van 4:37 stemde tot tevredenheid, al blijf ik ervan overtuigd dat een bergwedstrijd ook snellere tijden dan normaal kan opleveren. Een dag later, nadat ik de crossschoenen had omgeruild voor de stoute schoenen, liep ik op het vlakke en twee keer zo lange parcours van de Woolderesloop exact hetzelfde tempo. De Hulsbeekloop, die geen cross meer heet maar het met mul zand en beklimminkjes wel degelijk is, ging ik in als ware het een pittige kwaliteitstraining. Kilometers en kracht. In de eerste ronde trippelde ik vrolijk in de maat van de muziek de heuvels op en ook in het mulle zand hielpen de korte vinnige stapjes het tempo er redelijk in houden, totdat vrij snel de vermoeidheid toch wel begon toe te slaan. Het feit dat ik na vier rondjes de eerste twee dames nog net voorbleef, en ik zelfs de zevende senior in een eindsprint nog wist te verschalken maakte voor mij de Hulsbeekloop tot een geslaagd evenement. En achteraf zie ik dat ik over de Dinkelloop – oftewel de tweede Open Twentsche Crosskampioenschappen – toch redelijk tevreden kan zijn. Het feit dat ik dertiende werd bij de veertig plussers zie ik zelfs als eerbetoon aan vervlogen tijden, waarin ik met rugnummer dertien menig doelpunt maakte voor Vosta 6, 11, 12 en 13.

Zoals eerder gemeld heb ik de ambitie om op het NK Cross te lopen opgegeven. Als recreant heb je daar niet veel te zoeken. In plaats daarvan wil ik – na de relatieve rust van de komende week (ja toch?) – eindelijk weer eens onder de 45 minuten duiken. Over zes dagen ben ik daar klaar voor.

Mzzl.

14 February 2011
By on 12:08
“Hardlopers zijn doodlopers”

Hardlopers zijn doodlopers. Wie kent dit spreekwoord niet? Het werd al gebruikt lang voordat de hardloopsport zo'n enorme boost kreeg als het de laatste jaren heeft gehad, en wat het betekent weten we allemaal: "Wie te geestdriftig begint houdt het vaak niet tot het einde vol". Natuurlijk is het zo dat er een ware wedstrijdfilosofie inzit. Kijk maar eens naar een willekeurige kidsrun. Kinderen zijn geneigd de eerste honderd meter voluit te sprinten om er vervolgens achter te komen dat de negenhonderd meters die nog volgen een ware strijd tegen jezelf worden. Het is ook daarom dat volwassen hardlopers graag streven naar een negatieve split, maar toch heeft het merendeel van de lopers – ondergetekende incluis – zeer veel moeite met het matigen tijdens de eerste kilometers. Maar dood neervallen? Nee, dat niet.

Het spreekwoord gaat niet alleen over hardlopers, maar omdat nou eenmaal het woord hardloper erin zit is het een veel gebezigde kreet door mensen die alles behalve hardloper zijn. Ze gebruiken het als een soort excuus om maar vooral niet sportief bezig te zijn. Je hoort ze gewoon denken "kijk die gekken nou rennen". Precies hetzelfde gebeurt bij voetballers. Hoe vaak krijgt een voetballer niet te horen dat zijn sport niet meer is dan "dom achter een bal aan rennen"?

En zo is in feite voor elke sport wel iets te bedenken om haar te degraderen tot iets waar een gezond denkend mens zich nooit aan zou moeten wagen. En daar zit hem nou juist de kneep. Degenen die in deze context dergelijke uitspraken doen zijn zelf juist vaak niet de slimsten van onze samenleving. Af en toe torent er zelfs eentje meters bovenuit, zoals een zekere Henk Kraaijenhof. Als ons het trieste bericht bereikt dat een hardloper uit Posterholt niet is teruggekomen van zijn duurloopje denkt hij te moeten reageren met de woorden: "hardlopen is dan dus blijkbaar niet zo gezond als we met zijn allen ooit dachten". Het is een letterlijke vertaling van het verkeerd gebruikte "hardlopers zijn doodlopers". Alsof hardlopers het eeuwige leven hebben. Maar Henk Kraaijenhof*, wat hardlopers wel doen is hard lopen. Dus maak ze niet boos en vermijd doodlopende steegjes.

Mzzl.

*bij de Midwintermarathon in Apeldoorn passeerde een Henk Kraaijenhof na 1 uur, 8 minuten en 54 seconden het 10-kilometerpunt om vervolgens na 2 uur, 6 minuten en 41 seconden de 18,5 km van de mini-marathon te voltooien. Waarvan akte.


By on 09:45
Moe!

Voor-inschrijven zou verplicht moeten zijn. In de week voor een wedstrijd heb je vaak nog wel een verstandige kijk op de zaak. Als de wedstrijddag is aangebroken heb je al gauw de neiging jezelf te overschatten. Althans, ik wel. Op zaterdag had ik eigenlijk al besloten bij de Slangenbeekloop de 6 kilometer te lopen. Sinds 4 december zou het mijn zevende wedstrijd op rij worden. Slechts 1 week sloeg ik over. En dit zou dan mijn opbouwfase moeten zijn.

Woensdag liep ik een duurloop van 17 kilometer, waarin ik mezelf wat coulance gunde. Ik mocht van mezelf stoppen voor het minste of geringste. En dat deed ik dan ook. De iPod instellen, plassen, ander muziekje,vooral voorzichtig oversteken bij de drukke weg, weer plassen. Eigenlijk wist ik het al. Ik riep het vorige week al. "Mijn benen zijn moe!" Die duurloop had ik zonder pauzes niet eens kunnen volbrengen. Een dag later deed ik 11 kilometer in een iets hoger tempo in plaats van een echte kwaliteitstraining en op zaterdag 6 kilometer easy…nou eigenlijk was het gewoon afzien. Een rustig rondje een dag voor de wedstrijd. Ik heb nooit anders gedaan. Het voelt altijd moeizaam, na een week serieus trainen, maar dit keer was het gewoon zwaar. En toen besloot ik vooral geen 10 kilometer te doen. Binnen twee uur twijfelde ik alweer, want 10 kilometer bij het weektotaal was voor de "echte bikkels." "Er moet hard gewerkt worden want ik wil terug naar waar ik ooit was."  Maar ik wist wel beter. Het lichaam was moe. Ik ging naar Hengelo en nam me voor om eerst even wat in te lopen om te voelen hoe de benen waren. En dat voelde niet goed genoeg. Maar toch, eenmaal binnen, met het inschrijfformulier voor me, wist ik niet wat ik moest aankruisen. "What the heck, ik doe gewoon 10." En zo geschiedde.

Veel wedstrijden lopen heb ik altijd al gedaan. Een jaar trainen voor xe9xe9n hoogtepunt? Nee, daar doe ik niet aan mee. Maar ik had altijd nog wel het gezonde verstand om de wedstrijdlengtes af te wisselen. Had ik het ene weekend een 10 kilometer gedaan, dan volgde steevast een 5 kilometer of iets wat daar op leek. De grootste fout die ik de afgelopen jaren had begaan was een winterperiode van iets teveel 15-kilometerwedstrijden achter elkaar, wat – zonder dat het een al te grote verrassing was – eindigde met een knieblessure.

Gelukkig laat de wedstrijdagenda voor komend weekend een gat zien. Geen wedstrijd! Rust! Nou ja, relatief dan. Want hoe je het ook wendt of keert; de benen zijn weliswaar moe, maar ook sterk. Wat ik daarin gexefnvesteerd heb, uit zich nu in vermoeidheid, maar is een goede basis. Het is door alle blessure- en gladheidsellende veel te lang geleden dat ik mijn vertrouwde Tankenbergtraining heb gedaan. En eerlijk gezegd stond die voor deze week op de planning. Vanaf volgende week komt de nadruk meer te liggen op interval-trainingen. De basis is gelegd. Nu moet er aan snelheid gewerkt worden. Maar dan wel na voldoende rust. Want de Slangenbeekloop, dat was dikke stront door een trechter.

De eerste kilometer ging in 4:39. Met alle alarmbellen van de afgelopen week in m'n achterhoofd vertelde ik mezelf meer dan ooit dat ik vooral heel rustig moest starten. En dat resulteert dan bij mij in de snelste kilometer van de wedstrijd. Zo werkt het. De theorie over de muziek uit m'n vorige stukje klopte vast wel, maar door de zware benen had ik er in de eerste helft van de wedstrijd nauwelijks iets aan. Maar laten we de Slangenbeekloop ook niet onderschatten. Harde wind en hoge viaducten maken het hier altijd zwaarder dan bijvoorbeeld de Woolderesloop.

Ik had op de routekaart gezien dat we na een kilometer of vier weer in de buurt van de start zouden zijn, en door de moeizame eerste kilometers spookte het woord 'uitstappen' akelig irritant door m'n hoofd. Ik had er in ieder geval vrij snel spijt van dat ik niet voor de 6 kilometer had gekozen. Maar die psychologische oorlog win je door je te fixeren op het volgende punt en dat was voor mij in dit geval de helft van de wedstrijd. Als je daar eenmaal voorbij bent is het aftellen. Je hebt minder kilometers te gaan dan je al hebt afgelegd, en dat werkt psychologisch altijd goed.

In kilometer zes zat het eerste viaduct en pas daar begon ik wat profijt te krijgen van de muziek. Direct na de afdaling doken we het terrein van de Houtmaat op, en meteen begon ik weer mensen te passeren. Muziek? Crosswedstrijden? Een combinatie daarvan? Vorig jaar gebeurde precies hetzelfde. Dit was het punt waar ik eindelijk een beetje lekkerder in de wedstrijd kwam te zitten, al volgde er meteen een akelig stuk tegen de wind in.

Het volgende viaduct werd beklommen met de harde wind in de rug, wat resulteerde in een kilometer van 4:52. De volgende kilometer – inclusief afdaling – ging in exact dezelfde tijd. Terwijl ik in de eerste kilometers door veel te veel mensen werd ingehaald, kwam ik nu juist op stoom en kon nu eindelijk de muziek gebruiken om goed op tempo te blijven. Ik pakte nog wat plaatsen terug en volbracht de 9,7 kilometer in 47:23. Je zou er zwaar depressief van kunnen worden, maar ik ben ervan overtuigd dat wat extra rust me zo weer over de 45-minutengrens helpt. Eenmaal daar aangekomen is het tijd om de puntjes op de i te zetten.

Als test case heb ik daarvoor twee Wooldereslopen. Ik heb namelijk al min of meer besloten het over een andere boeg te gooien. Op de dag van de NK cross in Hellendoorn loop ik gewoon een Woolderesloop. De 'wedstrijd' voor licentielozen zoals ik stelt zonder m'n vaste concurrentie niet zoveel voor. Dan kan ik tenminste de eerstvolgende Woolderesloop laten schieten, aangezien de dag daarvoor de Holterbergcross is. En zo ziet de agenda er meteen weer wat minder vermoeiend uit. En dat was absoluut een vereiste.

?

Mzzl.

17 January 2011
By on 12:25
dromen over 20:11 in 2011

Het is nu ruim een jaar geleden dat een nieuw fenomeen zich manifesteerde; het afgelasten van crosslopen. Tot aan vorig weekend bleef de lijst maar langer worden, met binnenkomers als Vjennecross (Vriezenveen), Oudejaarsloop (Almelo), Midwinterloop (Den Ham) en Nieuwjaarscross (Eibergen). Daarnaast is het zo langzamerhand al sinds mensenheugenis dat de wegwedstrijd van Avanti-Wilskracht, de Nieuwjaarsloop, wordt afgelast. Het nadeel dat die organisatie heeft is dat een groot deel van het parcours over asfaltwegen door het buitengebied van Enschede loopt, en eerlijk is eerlijk; dat was dit jaar, vorig jaar en het jaar daarvoor door de ijsgeworden sneeuw simpelweg niet te doen. Waarschijnlijk beu van al die tegenslag besloot de organisatie het dit jaar over een andere boeg te gooien. Er werd een alternatief rondje uitgezet over inmiddels goed begaanbare fietspaden. Geen startnummer, geen inschrijfgeld, geen competitie.

Het rondje was echter zo goed te doen dat het achteraf gezien jammer is dat er werd besloten er geen wedstrijd van te maken. En ik? Ik maak overal een wedstrijd van. Het is alleen wel jammer dat ik me nog lang niet kan meten met degenen waarmee ik me een jaar en langer geleden mee kon meten. Zo was het duurloop 2-tempo van Eddy voor mij een volledig-in-het-rood-wedstrijdtempo dat uiteindelijk niet vol te houden bleek. En dan liep hij ook nog een rondje extra. Wel is het zo dat ik vrij snel mijn wedstrijdafstanden weer aan het uitbouwen ben. Wat dat betreft was Avanti een mooie stap tussen 5 kilometer en 10 kilometer. De 8,5 kilometer was net mooi genoeg. Bungelde ik bij de laatste 5 kilometer-crossen nog rond de 5 minuten per kilometer, op het vlakke maar langere parcours van Glanerbrug bouwde ik alweer uit naar 4:51/km. Er is vooruitgang te zien en meer mag ik op dit moment niet van mezelf verwachten.

Een week eerder vormde BSC Unisson in Boekelo een uitzondering op de nieuw ingezette trend van afgelastingen. Terwijl een jaar terug nog wel werd besloten de Traditionele Kerstloop geen doorgang te laten vinden, werd dit keer de storm aan internetdiscussies over wel of niet afgelasten van crossen volledig in de wind geslagen. Daar waar veel clubs op z'n minst even aankondigen dat er mogelijk tot een afgelasting besloten kan gaan worden, bleef het in Boekelo akelig stil. Ik kon niet anders dan uiteindelijk op zondagochtend maar gewoon op de fiets te stappen en ter plaatste poolshoogte te gaan nemen. Ik vertrouwde het eerlijk gezegd voor geen meter.

Het was al weken een bewuste keus geweest de auto voor de deur te laten staan en per fiets de sneeuw en gladheid te trotseren, maar eenmaal onderweg naar Boekelo kreeg ik spijt. Ten eerste omdat ik me te weinig tijd had gegund, want onderweg kijkend op m'n horloge begon ik langzaam maar zeker de conclusie te trekken dat ik te laat zou komen. En toen was ik nog niet eens op de Badhuisweg aangekomen, waar de sneeuw op sommige plekken dusdanig hoog lag dat fietsen niet meer tot de mogelijkheden behoorde.

De ervaring had me echter geleerd dat Unisson weliswaar 10 uur als starttijd opgeeft, maar dan eerst de kinderen laat starten, zodat ik eigenlijk verwachtte nog wel wat speling te hebben. Het was klokslag 10 uur dat ik arriveerde, en het was er doodstil. Was deze gewaagde onderneming over gevaarlijke wegen voor niets geweest? De eerste de beste passant wist me gelukkig snel uit de droom te helpen. "Het gaat gewoon door". En wat bleek? De kantine zat bomvol met bij-de-kachel-op-het-startschot-wachtende lopers. Warmlopen? Nooit van gehoord!

De start van de 5 kilometer zou pas om half 11 zijn. Dat gaf me een half uur extra om m'n loopshirt te laten drogen op de kachel in de kleedkamer, aangezien het fietsavontuur met rugzak me dusdanig het zweet had doen uitbreken dat ik letterlijk stond te druipen.

Na de verwachte stortvloed van opmerkingen over m'n korte broek – steevast geuit door mannen in dikke jassen, trainingsbroeken, sjaals, handschoenen en misschien ook wel lange onderbroeken – was het tijd om van start te gaan. Twee jaar geleden liep Joost Posthuma hier voorop, nu was het de vraag hoe het dit keer met de concurrentie zat. Al snel na het startschot merkte ik dat ik wel erg bescheiden achteraan was gaan staan, want het leek er even op dat we met z'n allen een kerstwandeling gingen maken, wat de kledingkeuze van het merendeel van de deelnemers wel beter zou verklaren. Na zo'n vijftig meter bereikten we de openbare weg, en kon ik m'n plaats in het veld innemen. Exe9n persoon liep al spoedig weg terwijl ik met twee anderen tot de achtervolgers bleek te behoren. Sommige stukken op het asfalt waren verraderlijk maar m'n crossschoenen hielpen me aardig door de moeilijkheden heen. Tegen het eind van de eerste van twee ronden liepen we nog steeds met drie man op de tweede plaats. De laatste vijfhonderd meter van het rondje gingen over de voetbalvelden, waar het zwaar ploeteren door de hoge sneeuw bleek te zijn. Het zou dus toch weer een krachtproef worden.

Bij de eerste doorkomst bleek dat een lid van ons achtervolgende groepje zijn krachten gespaard had en nu langzaam maar zeker bij ons begon weg te lopen. Halverwege de laatste ronde leerde een blik achterom dat er nu ook van achteren gevaar begon te dreigen. Ik schakelde naar maximaal en zou het met de enige andere overgeblevene van ons groepje moeten uitvechten om de derde plaats. Irritant was daarbij dat de strijd beslist moest worden in de hoge sneeuw, terwijl ook de snelste deelnemers van de iets later gestarte 10 kilometer begonnen te passeren. Ook moesten we de laatste 30 meter nog de hoek om. Mijn medestrijder plaatste een felle versnelling waardoor er een gaatje werd geslagen. Ik besloot mijn eindsprint vroeg aan te gaan en vloog tot zijn grote verbazing door de onberoerde hoge sneeuw weer langszij, maar alert als hij was volgde er ook van zijn kant weer een versnelling. Nadat hij me per ongeluk van achteren aantikte en ik daardoor bijna gevloerd werd, ging hij me opnieuw voorbij en vloog als eerste de bocht in…en bijna uit. Hij wist nog maar net op de been te blijven en ik gaf me gewonnen. Een vierde plek was mijn deel. Het was goed zo. Direct uit de lappenmand op het podium – als dat er al was – zou ook een onbevredigend gevoel hebben opgeleverd waarschijnlijk. Nu lijkt het nog dat ik serieuze concurrentie had.

Gelukkig is er dan altijd wel weer een wedstrijd zoals de Woolderesloop die je weer keihard op je plek zet. 87ste overall, 46ste Heren Veteranen bij m'n eerste 10 kilometer sinds tijden. 47:18, een tijd die ik sinds 2006 – mijn eerste volledige hardloopjaar – niet meer heb gelopen bij een relatief vlakke wedstrijd. De weg terug is lang. Ik wil veel. Te veel, te snel. Ik weet het. Maar ik wil het nou eenmaal.

Het was nog even afwachten welke wedstrijd ik het afgelopen weekend zou gaan lopen. Op zaterdag stond er namelijk in Den Ham ook nog een Zandstxfcve Bosloop op het programma. Robin had meegedaan aan de eerste, toen er voor mij vanwege mijn blessureleed nog niet aan wedstrijden gedacht kon worden. Maar aangezien ze afhaakte voor de rest van deze competitie was er voor mij ook niet echt veel reden om voor Den Ham te kiezen. Pas achteraf kwam ik er achter dat het helemaal niet door was gegaan. Hopelijk was dit voorlopig de laatste afgelasting in het eerder genoemde lijstje. Maar goed, ik had er dus in dit geval geen last van omdat ik had besloten een losse Woolderesloop mee te doen. De NK Cross en de Holterbergcross zorgen er dit jaar voor dat ik heb besloten me niet vooraf in te schrijven voor de Woolderescompetitie. Toch wil ik het nog niet helemaal uitsluiten dat ik toch nog drie wedstrijden in Hengelo loop. Het competitie-element is daarvoor te aantrekkelijk voor me. Wel zou dat inhouden dat ik in het laatste weekend van januari twee wedstrijden loop (Holten en Woolderes), of zelfs Holten wederom laat schieten, wat eigenlijk niet mijn favoriete optie is, zeker niet omdat ik de eerste twee wedstrijden van het TIB Finishing Crosscircuit nou niet bepaald in topconditie volbracht heb. Daar valt nog behoorlijk wat recht te zetten.

De dooi was net op tijd ingetreden om het parcours van de Woolderesloop geheel sneeuwvrij te maken. Vooral het Twickel-deel is toch altijd weer een heet hangijzer wat dat betreft. Er was modder voor in de plaats gekomen, en daarbij gaat het zandpadgedeelte ook nog eens lichtelijk bergop. Dat in combinatie met twee tunnels en een viaduct maakt van de Woolderesloop zeker geen makkelijk parcours. In dat licht mag ik trots zijn op mijn 10 kilometertijden van vorig jaar, toen ik in de gladheid tot tweemaal toe in de 43 minuten liep. Dat waren nog eens tijden! Maar uiteindelijk wil ik weer in de buurt van mijn pr kunnen komen. 42:19. Een volle vijf(!) minuten om goed te maken. Daarnaast zou het erg mooi zijn om in 2011 20:11 te lopen op de vijf kilometer. Ik ben bang dat er dan eerst wonderen moeten gebeuren, maar ach; 20:12 in 2012 mag ook hoor.

Een wegwedstrijd nodigt altijd weer uit om mijn muziekexperiment weer op te pakken. Daar komt bij dat mijn achteruitgang me dwong ook de muziektempo's aan te passen, wat me weer tot extra nadenken aanzette. En als ik nadenk wil ik nog wel eens tot nieuwe inzichten komen. Soms. In al mijn naxefviteit dacht ik in Glanerbrug gewoon mijn oude vertrouwde wedstrijdmuziek te kunnen gebruiken, maar hoe klein ik de passen ook maakte…ik kon het niet bijbenen. Ook had ik tot nu toe gedacht dat ik het op verschillende afstanden met dezelfde muziek afkon door te varixebren in paslengte. Maar dat gaat niet op. Elk tempo heeft zijn 'lekkere' paslengte en daar mag je niet teveel mee knoeien.

Voor de Woolderesloop moest het tempo van de muziek dus omlaag. Langere afstand, trager tempo, aantal passen naar beneden bijstellen. Zo geschiedde. Het resultaat was dat ik tot en met kilometer acht lekker in het ritme liep, maar toen ik na het viaduct over de snelweg wilde versnellen moest ik 'voor de muziek uit gaan lopen'. Dat kan. Je kunt beslissen daar de muziek los te laten, maar aan de andere kant denk ik dat ik na Glanerbrug alweer een flinke stap voorwaarts heb gemaakt, waardoor het aangepaste tempo alweer te langzaam bleek te zijn. Ik kom vooral tot die conclusie als ik de hartslagwaarden bestudeer. Nergens ben ik in de buurt van de 160 bpm geweest, wat in mijn geval toch een minimale waarde is voor een goed wedstrijdtempo. Tot nu toe was er de afgelopen weken weinig te doen met mijn hartslagwaarden omdat de conditie nu pas langzaam maar zeker aan het terugkomen is. Het was bijvoorbeeld pas vorige week dat ik weer een hele duurloop onder de 140 bpm liep. In betere tijden lag dat zelfs onder de 120. Conditioneel gezien is er dus nog werk genoeg aan de winkel. Grote les van de laatste tijd is dat ik het muziektempo veel meer moet aanpassen aan variabele waarden zoals conditie en afstand.

Ondanks alles heeft dit experiment wederom aangetoond hoe belangrijk het bij beklimmingen is in hetzelfde ritme te blijven lopen, en dat is waar de muziek het ideale hulpmiddel bij is. Zondag werd ik in het bos door meerdere lopers ingehaald, die tegen het viaduct op bij me weg bleven lopen, maar daarbij zoveel energie verspeelden ten opzichte van mijn veel efficixebntere kleine stapjes dat ik ze in de volgende vijfhonderd meter stuk voor stuk weer voorbij liep en achterliet.

Het 'aangename' tempo in de eerste achte kilometer ging in een relatief grote paslengte. Door weer terug te gaan naar het oude wedstrijdtempo (189 stappen per minuut) kan ik de paslengte weer iets verkorten. Hierdoor kan ik naar het einde toe versnellen door de paslengte te vergroten terwijl ik toch in de maat van de muziek blijf. Het experiment wordt zondag vervolgd, wederom in Hengelo waar dit keer de Slangenbeekloop op het programma staat. Ik wacht nog even met beslissen of ik de zes of de tien kilometer loop, maar nieuw zal het in ieder geval zijn omdat het parcours gedeeltelijk is aangepast. Ik laat het nog een beetje afhangen van mijn benen, omdat de vermoeidheid momenteel behoorlijk heeft toegeslagen. Het herstelloopje een dag na de wedstrijd vervang ik voorlopig weer door fietsen op de rollenbank. De zes kilometer van gisteren gingen daarvoor te moeizaam. Het krachthonk op zolder, 200 en 400 meter repetities, een wedstrijd als tweede kwaliteitstraining en een groeiend aantal easy kilometers xe9n zorgvuldig geplande rust moeten me weer een stapje dichter bij m'n oude niveau brengen. En dat gaat lukken.

 Mzzl.

11 January 2011
By on 13:57
Busje komt zo voor mietjes op de Nintendo Wii

Logo1Luttenberg zegt u? Nooit van gehoord. De meesten van u zouden vermoedelijk zo reageren. Nou, ik herinner het me nog goed. Voor mij als klein jongetje was het vanzelfsprekend; Na Nxfcrburgring en xd6sterreichring kwam Luttenbergring. De eerste was en is een legendarisch autocircuit, waar bijvoorbeeld Niki Lauda in 1976 rexefncarneerde tot een soort monster van Frankenstein en ook op de tweede werden formule 1-races gehouden. De Luttenbergring daarentegen was een circuit voor motoren, maar ondanks mijn desinteresse voor deze tak van gemotoriseerde sport ligt de naam van dit internationale stratencircuit mij nog vers in het geheugen. Vermoedelijk is dat het gevolg van al die 52 zondagen per jaar dat NOS Langs de Lijn bij ons thuis het hoogste woord voerde. Vanzelfsprekend nadat Willem Duys was uitgesproken.

Wat meer mxedjn interesse heeft op zondag is het Vara-programma Vroege Vogels. Daarin zou je bijvoorbeeld kunnen horen dat de Luttenberg een gexefsoleerd stukje van de Sallandse Heuvelrug is waar meer dan vijftig(!) vogelsoorten voorkomen. Als ik vervolgens beweer dat nagenoeg alle kinderen en ex-kinderen van (op z'n minst oost-)Nederland wel eens op de Luttenbergerweg zijn geweest, worden er toch heel wat wenkbrauwen gefronst. En toch is het zo. De Luttenbergerweg loopt namelijk van Hellendoorn – langs het gelijknamige Avonturenpark – naar Luttenberg. Dan kan het natuurlijk nog steeds zo zijn dat je Luttenberg zelf nog nooit hebt gezien, maar vergis je niet. Miljoenen Nederlanders hebben Luttenberg gezien. En alweer zie ik daar gefronste wenkbrauwen.

 Mijn associatie met Luttenberg was namelijk niet in eerste instantie de Luttenbergring, maar wel de meest geniale nummer 1-hit die de Nederlandse Top 40 ooit gekend heeft; Busje Komt Zo van Hxf6llenboer. Hxf6llenboer betekent letterlijk boer op de heuvel. Die heuvel is de Luttenberg. De bijbehorende clip is opgenomen in Luttenberg, dus waag nooit meer te beweren dat Luttenberg aan uw leven voorbij is gegaan. Hxf6llenboer bestond toen uit Gerard Oosterlaar en Bas van de Toren. Als je bij het binnenrijden van het centrum direct naast de veevoederfabriek op de hoek van het Kerkpad onderstaand huisje ziet staan weet je dat het allemaal klopt.Oosterlaar 
Enfin. Zondag 12 december. Na het succesvol bedwingen van de Hellendoornse Berg tijdens de Nijverdalsebergcross (jaja, what's in a name) is het dit keer de beurt aan de Luttenberg. Ik kom dan misschien wat betweterig over maar dat er een berg was die de Luttenberg heette wist ik niet. Dat er een Luttenbergcross bestond wist ik sinds ik het Sallandse Crosscircuit had ontdekt. Als alternatief voor de afgelaste Hulsbeekloop kwam ik in februari van dit jaar uit in Lemelerveld, waar de Ten Broeke Crossloop onderdeel uitmaakte van het Sallands Crosscircuit. (lees hier mijn verslag) Na mijn succesvolle terugkeer in Hellendoorn moest en zou ik ook dit weekend een wedstrijd lopen, en zodoende kwam ik wederom uit bij een wedstrijd uit deze Sallandse competitie. Luttenberg dus.

De temperatuur lag boven nul, dus de korte broek was geen onderwerp van discussie. Nou ja – bij alle andere aanwezigen, niet bij mij. Maar als het tussen de nul en tien graden is en er valt geen nattigheid uit de lucht dan komen bij mij ook de korte mouwen in beeld, en zo kon het gebeuren dat eindelijk mijn Livestrong-shirt zijn wedstrijddebuut beleefde. Het gaf me meteen het gevoel dat ik iets nuttigers deed dan alleen maar domweg rondjes rennen in de kou. Er moest dus een berg bedwongen worden, en ik had geen idee hoe zwaar het zou worden. Het inlopen deed ik in het dorp waardoor het wedstrijdparcours een verrassing bleef. Ik startte rustig en had dankzij het rondje door het dorp de mogelijkheid rustig in m'n ritme te komen voordat de beklimming begon, direct na de doorkomst bij start/finish. Het overwinnen van het hoogteverschil van maar liefst 24 meter was een ware opgave. Ik vreesde voor m'n knie, die weliswaar tijdens de arbeid al lang niet meer moeilijk doet, maar wellicht een dag later akelig uit de hoek zou kunnen komen. Luttenberg 
 Ik voelde me niet sterk, wat op zich niet zo verbazingwekkend is, maar toch begon ik langzaam maar zeker steeds meer deelnemers in te halen. Vooral te enthousiast gestarte jongelingen vielen ten prooi aan mijn langzame maar gestage cadans. Het leek uren te duren maar uiteindelijk bereikte ik de top van de inmiddels voor mij legendarische Luttenberg en kon ik uitvieren totaan de finish. Eenmaal aangekomen op het asfalt moest er nog eenzelfde rondje als na de start gelopen worden en het schijnt dat we daarbij xe9xe9n van de bezienswaardigheden van Luttenberg passeerden; de Mariagrot.

Mariagrot 
Ik heb alles gezien, maar geen grot. Eens te meer een bewijs dat ik goed mijn best deed. Ik was namelijk meer gefocust op wat voor me gebeurde. Ik bleek plotseling in te lopen op leeftijdgenoten en daarvoor wilde ik de turbo nog wel even opstoken. M'n laatste kilometer werd dan ook een heel snelle, waardoor ik uiteindelijk toch nog uitkwam op een gemiddelde snelheid van boven de 12 kilometer per uur. Toen wist ik zeker dat ik op de weg terug was. ANSICH1

Toen eenmaal bleek dat de knie zich goed leek te houden richtte ik de blik weer verder vooruit. Wedstrijd twee van het TIB-Finishing Crosscircuit (voorheen OAD-crosscircuit) stond voor zaterdag alweer op de kalender. De Nijverdalsebergcross was de eerste en nu was het tijd voor de Ter Steege Crossloop in Rijssen. En ja, ook daar hebben ze een berg, en wel de Rijsserberg. Het was alleen de vraag of ik ook deze berg op mijn palmares zou gaan bijschrijven omdat de extreme weersomstandigheden alweer tot een sneeuwstormvloed van afgelastingenen hadden geleid. In Borne en Losser hadden ze al ruim vantevoren besloten dat de wedstrijden aldaar niet door zouden gaan, terwijl AV Rijssen juist op donderdag liet weten dat hun crossloop door zou gaan. Dat bleek te voorbarig. Een dag later werd gemeld dat de definitieve beslissing op zaterdagochtend genomen zou worden, en gezien de hoeveelheid sneeuw had ik me er eerlijk gezegd al bij neergelegd dat ik mijn eigen weg moest gaan vinden door de Enschedese sneeuw. Ik had zelfs mijn duurloopkleding al aan toen ik tot mijn grote verrassing op de site van Rijssen de mededeling las dat de crossloop wel degelijk door zou gaan. Mijn weekend was gered! Maar nu moest ik er nog komen. Normaal gesproken neem ik de toeristische route, dat wil zeggen binnendoor via Goor, langs de Herikerberg richting Rijssen, maar aangezien de snelweg net iets beter begaanbaar was leek dat toch de betere optie. Ik was echter zo in gedachten dat ik die beslissing niet eens hoefde te nemen. Ik was al lang en breed voorbij de afslag Goor toen ik me dit allemaal realiseerde. Dan maar gewoon afslag Rijssen, al moest ik dan wel even heel goed nadenken hoe ik dan op de plaats van bestemming kwam. Vanaf de afslag zag ik dat het verkeer nog geen vijfhonderd meter verder op de snelweg tot stilstand kwam. Ik had weer mazzel gehad. Dankzij mijn zomerse fietstocht van Rijssen naar de Ravijnloop in Nijverdal wist ik nu hoe het stadje zo ongeveer in elkaar gezet is, dus vrij simpel bereikte ik sportpark de Koerbelt, terwijl ik zag dat inderdaad de weg in de richting Markelo een stuk moeilijker begaanbaar was.

Het parcours van de Ter Steege Crossloop was enigszins gewijzigd. Er zat altijd een korte maar hevige klim in, waarna het eigenlijk al snel weer ontaardde in dalen, waardoor het parcours samen met dat van Holten tot de snellere behoorde. Nu duurde de klim wat langer waardoor het geheel net iets zwaarder werd. Daar kwam nog eens bij dat je door de besneeuwde bodem extra goed uit moest kijken voor boomwortels, zeker bij de snelle afdaling. Je moet bij een cross dan ook altijd zorgen dat je niet bij iemand op de hielen zit omdat het gebrek aan uitzicht dan leidt tot een soort Russische roulette. In de tweede ronde zorgde dat besef er zelfs voor dat ik nog snel even een aantal man voorbij schoot, die ik tot mijn grote verbazing tijdens het restant van het rondje op een groot aantal seconden liep. Onder hen was degene die in Hellendoorn voor me eindigde. Ik was dus zelfs alweer in staat geweest een tik uit te delen. Mijn gemiddelde looptempo kwam exact uit op 5 minuten per kilometer, en als je daarbij incalculeert dat lopen in hoge sneeuw (zoals vooral op het tweemaal te nemen rondje atletiekbaan het geval was) extra vermoeiend is.

Ter Steege Crossloop 
Grappig vind ik het dat na afloop iemand vroeg of de volgende keer de sneeuw van de baan geveegd kon worden. Voor sommige mensen is de Nintendo Wii toch een betere oplossing.

Het vertrouwen in m'n lichaam is terug, de vereiste trainingsarbeid wordt geleverd, dus laat die wedstrijden maar komen. Alleen zal de komende tijd weer veel afhangen van het lef van wedstrijdorganisaties. Zo was voor Iphitos in Losser een handtekening voor het lopen op eigen risico niet genoeg en ging de Dinkelloop niet door. Soms is het echt ondoenlijk, zeker als het parcours over asfalt loopt, maar is veldloop niet voor bikkels? Ik zag bij de Zandstxfcveloop een nogal gezette dame die op de laatste plaats liep bij ideale omstandigheden voluit op de neus gaan in het mulle zand. Moet dit de maatstaf worden? Natuurlijk moeten vrijwilligers hun werk kunnen doen, natuurlijk moet het evenement bereikbaar zijn, maar staat crossen niet gelijk aan afzien? Laat iedereen die het hiermee oneens is gewoon thuisblijven. AV Rijssen en AV Atletics hebben aangetoond hoe het ook kan. We zijn toch geen mietjes?

Beleef hier de Luttenbergcross met andere ogen.

Mzzl.

21 December 2010
By on 14:14
over dagboeken en zo…

Mijn hardloopblog is al net als mijn dagboeken van vroeger. Het gaat maar over xe9xe9n ding, en als dat ene ding om welke reden dan ook even niet aanwezig is, heb ik geen enkele behoefte om te schrijven. In mijn dagboek schreef ik alleen als er meisjes in het spel waren, en eerlijk gezegd zie ik daar alweer een overeenkomst met mijn blog. Nee, niet de meisjes, maar de grote hoeveelheid voer om over te schrijven. Zoals ik nu wedstrijdverslaafd ben…, nou ja, je snapt het al denk ik.

En als ik in mezelf nog even verder redeneer begin ik waarachtig steeds meer overeenkomsten te zien. Een avondje in de disco was een wedstrijd. Voor het behalen van succes moest je er in eerste instantie voor zorgen dat je erbij was. Het liefst zo vaak mogelijk. En dan was het in mijn geval altijd afwachten of ik die avond lekker in m'n vel zat. De juiste benen had, zeg maar. En ook toen was het warmlopen erg belangrijk. Waar toen een alcoholische versnapering het lijf en het lef nog wel eens op gang wilde brengen zijn het nu de isotone dorstlessers die je moeten voorbereiden op de beste prestatie. Het losgooien van de spieren gebeurde toen steevast nxe1 het drankje, wat in de huidige situatie niet per se de vereiste volgorde is. Als dan eenmaal de wedstrijd op gang is werk je langzaam maar zeker naar de finish toe, die gehaald wordt met een laatste uitputtende sprint. Moe maar voldaan…bla bla bla. Ik draaf door.

Maar je begrijpt het al; er worden weer woorden aan dit blog toegevoegd, dus zal er wel weer een verovering hebben plaatsgevonden. En aangezien het hier nooit over meisjes gaat moet het wel een wedstrijd zijn geweest. De ironie wil dat ik op het parcours van de NK Cross mijn rentree beleefde. En juist daar begon in maart een schier eindeloze periode van lichamelijke ellende. We hadden toen al de nodige afgelastingen achter de kiezen in verband met het extreme winterweer, en toen alles weer een beetje op gang leek te komen was het een slijmbeursonsteking in m'n arm die roet in het eten gooide. Twee weken niet kunnen trainen. Laat staan een wedstrijd lopen. Ik dacht dat ik door een hel ging, maar ik wist nog niet dat er nog een veel langere periode van ellende zou volgen. Ik ging in mei door m'n enkel en schrok van de herstelperiode die de dokter me voorspiegelde, maar dat was peanuts vergeleken met wat werkelijk gebeurde.

Ik wist m'n enkel dusdanig tot herstel te forceren dat de periode van immobiliteit te overzien was. Ik kon weer kilometers gaan maken, maar begon langzaam maar zeker steeds meer last van m'n middenvoet te krijgen. Ik had het allemaal wat overdreven, dus terug naar af. Na nog enkele stijgers en dalers in m'n herstel was ik nog net klaar voor een voorzichtige rentree in Nijverdal. Het gebied rond de ravijnen was nou niet bepaald ideaal terrein om weer te wennen aan het wedstrijdritme, maar het ging. Ik haalde -vooral door de fietstraining – zelfs de finish van de Run-Bike-Run in Borne en alhoewel de aanloop verre van ideaal was kon ik gelukkig ook weer acte de prxe9sence geven bij de Singelloop. Het werd weliswaar geen snelle tijd, maar ik liep weer. Voor even. Op dinsdag deed ik een herstelloop, waarna op woensdagochtend m'n knie besloot er voor langere tijd mee op te houden. Het was ongetwijfeld de afrekening voor te snel te veel willen.

Om een lang verhaal kort te maken; In het weekend waarin de eerste afgelasting van het nieuwe winterseizoen in De Lutte op zondag alweer een feit was had ik gelukkig besloten op zaterdag af te reizen naar Hellendoorn, waar de organisatie weliswaar tot vrijdagavond twijfelde, maar gelukkig mans genoeg was om te besluiten dat de cross op dit prachtige uitdagende parcours gewoon doorgang zou vinden. Sneeuw lag er al en dat er nieuwe buien onderweg waren hadden we allemaal al kunnen horen op het nieuws en kunnen zien op buienradar. Maar dat die sneeuw uitgerekend een kwartier voor de start van de vijf kilometer zou beginnen te vallen, dat had alleen een scenario-schrijver kunnen bedenken. Het maakte het geheel af. Het werd een cross zoals een cross hoort te zijn. Koud, nat, uitdagend, zwaar. En toen kwam ik.

Ai, wat een beproeving. Slechts een schamel aantal weken van – om de dag – duurloopkilometers van afwisselend zes en acht kilometer had ik in de benen, maar mijn eerste kwaliteitstraining sinds tijden begon pas toen om twee uur exact het startschot viel. Nooit gedacht dat ik voor een wandeling over de Sallandse Heuvelrug nog eens in de buidel zou moeten tasten. Ik had natuurlijk de eerste van vier crossen van de competitie over kunnen slaan aangezien je er eentje mag missen, maar ik had een extra goede reden om er vandaag alweer bij te zijn: de punten behaald bij de eerste wedstrijd blijken in de praktijk altijd heel dure punten te zijn. Vorig jaar eindigde ik als achtste in de competie. Nu eindigde ik in mijn schaars bezette categorie als zevende (en voorlaatste) maar geheid zijn er over twee weken veel meer concurrenten en dus zijn die vandaag verdiende punten meer dan welkom.

Het is al net zo als in al m'n dagboekverhalen; wie niet over de juiste capaciteiten beschikt moet slim zijn, zodat je uiteindelijk toch niet met lege handen komt te staan.

Mzzl.

6 December 2010
By on 19:10
Ooit terug op niveau…en daar voorbij

T.I.B. Ravijnloop, Nijverdal, zaterdag 21 augustus 2010

5,6km in 27:36 (4:55/km) x96 16de Mannen 40+

 

Natuurlijk was er geen twijfel dat ik me gewoon zou inschrijven voor de Ravijnloop. Er was gelukkig ook geen enkele aanwijzing dat ik er niet goed aan zou doen. Als soort van vervolg-revalidatieprogramma in de aanloop naar de Run-Bike-Run die al een week later zou plaatsvinden had ik een plannetje bedacht. Met de auto naar Rijssen en van daaruit met de fiets naar Nijverdal. Eenmaal ter plekke bleek het ook nog eens een heel verstandige zet geweest te zijn, aangezien zwembad Het Ravijn momenteel vanwege werkzaamheden aan het spoor nagenoeg onbereikbaar is met de auto. Met de trein daarentegen weer wel, want het tijdelijke station ligt pal naast de start.

In Nijverdal wijken ze niet graag af van tradities. Of het nou om kleedruimte of weggevertjes gaat; geen vrijwilliger weet ergens iets van en dan wordt het voor de deelnemers wel erg moeilijk om wel goed gexefnformeerd te raken. Toch lullig dat je achteraf leest dat er sokken werden weggeven. Van het fenomeen x91gratis ijsjex92 hoor ik nou al een paar jaar achter elkaar maar ik heb er nog nooit eentje weten te bemachtigen. En dan de verloting op startnummer. Ach, als je in Nijverdal woont blijf je nog even gezellig hangen maar ik wilde toch wel graag op een redelijke tijd mx92n avondmaaltijd gebruiken aan de eettafel die zox92n 45 kilometer verderop staat. Dus ook dit keer moest ik de verloting voorbij laten gaan. En dan lees je achteraf: dat de hoofdprijs aanvankelijk was gevallen op het nummer van iemand die al vertrokken was. Maar gelukkig kom ik niet voor de weggevertjes. Ik kom voor een loop over een mooi en uitdagend parcours, want dat is het. Je moet dan nog wel even weten hoe je vooraf aan informatie komt over dat mooie en uitdagende parcours. Het evenement heeft een prachtige nieuwe eigen website. Organiserende vereniging Atletics vond het blijkbaar niet nodig een link te plaatsen op hun eigen site waar tot dusver altijd de informatie had gestaan. En dan ga je je toch afvragen of ze wel deelnemers willen. Laten we het er maar op houden dat ze het allemaal goed bedoelen.

Tot zover dit geneuzel in de marge. Het gaat om de wedstrijd zelf en die was x96 ondanks het ontbreken van brandende zon x96 toch weer erg warm. Voor mij was het doel slechts uit zien te lopen, want dat zou al een hele opgave worden. Met een gemiddelde van 4:55 per kilometer de finish halen was derhalve in mijn situatie alles behalve beroerd.

Maar ik wil zo graag snel weer terug op niveau zijn, en dat lukt nou eenmaal niet op een geforceerde wijze dus moet ik het in de komende wedstrijden toch echt doen met een instelling die me eigenlijk vreemd is; zo goed mogelijk uitlopen in plaats van strijden voor de beste prestatie.

 

Run-Bike-Run Borne, zaterdag 28 augustus 2010: 2u00m13s

6,6km lopen (4:51/km) [126ste] x96 30km fietsen (30,25km/h) [155ste] x96 5,3km lopen (5:09/km) [117de]  - 134ste overall / 75ste Veteranen

 

En dan krijg je op een verschrikkelijk ongelukkig moment een duatlon voor de kiezen. De fietskilometers in mx92n lijf waren dit jaar x96 dankzij de blessure x96 bovenmatig aanwezig ten opzichte van de loopkilometers. Waar ik het nu won op het fietsonderdeel verloor ik het weer op de looponderdelen. Vooral de laatste run was sterven, maar evenals vorig jaar deed ik het ten opzichte van de andere deelnemers relatief goed in de laatste kilometers. Als het dit jaar niet allemaal in de soep was gelopen had ik misschien nog meegedaan met  de Twentse Triathlon Tour en/of de Rutbeek Triathlon, maar nu ben ik er voorlopig even klaar mee en richt ik me op volledig herstel van vorm en conditie tegen de tijd dat de crosswedstrijden beginnen. Wedstrijden zoals de Jubileumloop van Avanti-Wilskracht krijgen in mijn huidige trainingsschema een plekje als kwaliteitstraining. Niet meer en niet minder.

 

Jubileumloop Avanti-Wilskracht, zondag 5 september 2010

5,07km in 23:36 (4:39/km) x96 16de Heren

 

 

Het afschaffen van de Zomeravondloop en het twee jaar achter elkaar afgelasten van de Nieuwjaarsloop hebben ervoor gezorgd dat het lang geleden was dat ik een sportief bezoek bracht aan Avanti-Wilskracht. Ooit liep ik er mijn eerste 15- kilometerwedstrijd en ooit beleefde ik er op een zwoele zaterdagavond in juni mijn eerste warmte-afgang. Mijn laatste warmte gerelateerde ramp beleefde ik overigens ook in Glanerbrug, als onderdeel van de Enschede Marathon, maar laat ik dat trauma maar niet meer oprakelen.

De opkomst vandaag was niet echt om over naar huis te schrijven. Het betrof dan ook een eenmalig evenement waar mijns inziens te weinig ruchtbaarheid aan gegeven is. Zelfs ik x96 als fanatieke afstruiner van websites van clubs en evenementen x96 kwam er eigenlijk per ongeluk achter dat er iets stond te gebeuren bij de jubilerende club. De temperatuur was heerlijk en de matige oostenwind was niet echt hinderlijk.  Het eerste wat me bij de start opviel was het grote aantal dames. Achteraf blijkt de verdeling heren/dames precies 50/50 te zijn geweest. Volgens mijn bescheiden mening is dat zelfs een uniek gegeven in de hardloopgeschiedenis. Ik was benieuwd of er zich ook snelle dames in het gezelschap bevonden. Heel even dacht ik dat het met het aantal snelle heren zwaar tegenviel, maar al snel na de start bleek dat een misrekening te zijn. Eenmaal van het voetbalveld op de verharde weg aangekomen kon ik mooi tellen hoeveel deelnemers er voor me liepen. Het bleken er veertien te zijn, waaronder een dame. Tot mijn schrik gaf mx92n horloge een snelheid van 4:17/km aan en dat was onder de huidige omstandigheden niet verstandig. Ik liet dan ook snel vieren, vooral toen we over het stuk kwamen waar ik tijdens die beruchte Zomeravondloop constateerde dat ik de eerste kilometer in vier minuten had gelopen, om vervolgens 9 kilometer en ruim 49(!) minuten later bijna kruipend over de finish te komen.

Er kwam me een groepje voorbij waarin zich de tweede dame bevond en gaandeweg zag ik ze richting eerste dame lopen. Lopend in mx92n eigen tempo begon ik erop te rekenen dat de dame die aanvankelijk voorop liep wel terug zou vallen. Het bleek een goede inschatting die ik pas in de laatste vijftig meter door een goed gedoseerde sprint op het voetbalveld kon omzetten in een tweede plaats bij de dames. Tja, een gevallen ster moet toch iets.

En nu; de Singelloop. Volgende week al, dus ik ben er niet klaar voor. Mijn wedstrijd. Mijn lustrum! En ik zal het pr dat ik daar vorig jaar liep niet kunnen verbeteren. Maar ooit zal ik terug op niveau zijnx85en daar voorbij.

 

Mzzl.

5 September 2010
By on 16:07
Ravijnloop 2010
23 August 2010
By on 19:28
Het kriebelt weer

Boeskoolloop Oldenzaal, zondag 15 augustus 2010

5km in 23:52 (uitslagen)

Angstvallig was mijn blik de laatste weken gericht op die notitie in mijn agenda in het laatste weekend van augustus; de Run-Bike-Run in Borne. Ik had me ingeschreven op het moment dat duidelijk werd dat mijn blessure deelname aan de Run-Bike-Run Deurningen onmogelijk maakte. Tussen begin juni en eind augustus lag toch een dusdanig lange periode dat ik na mijn herstel met een gerust hart naar 'Borne' kon toewerken. Maar naargelang de tijd vorderde en ik steeds meer wedstrijden moest wegstrepen uit m'n agenda begon de angst te groeien. Al was ik hersteld op 28 augustus, had ik dan voldoende training in de benen voor een verantwoorde deelname? Al snel realiseerde ik me dat fietstraining een pijnloos alternatief was voor mijn normale trainingen, dus voor het fietsonderdeel hoefde ik dit keer niet te vrezen. Maar het lopen ging met vallen en opstaan. Langzaam maar zeker was het hele verhaal omgekeerd ten opzichte van vorig jaar. Toen debuteerde ik op de duatlon met nagenoeg geen fietskilometers in de benen, terwijl het nu de loopkilometers waren die zorgen gingen baren.

Het schrappen van geplande wedstrijden begon bijna te wennen. Niet zo vreemd als je een opsomming maakt: Eiberrun, FBK Dubbele Mijl, Twenterandrun, RBR Deurningen, Rijsserbergloop, Banthumloop, Dorpsloop De Lutte en Wiezoloop. Allemaal geschrapt. Die laatste was al in de plaats gekomen van de Triathlon Holten, want we zouden het bijna vergeten maar dat was aanvankelijk mijn zomerdoel. Daarom was ik vroeg in het jaar met fietstraining begonnen en als de loting positief was uitgevallen was ik ook wel degelijk met zwemtraining begonnen. Dat bleek uiteindelijk niet nodig, en misschien is dit ook wel de juiste manier en het juiste tijdstip om serieus te overwegen de triatlon te laten voor wat hij is. Eerlijk gezegd vond ik de fietstraining al moeilijk genoeg te combineren met de looptraining, al werd dat natuurlijk anders toen er vanwege de blessure alleen fietstraining overbleef. Toch heb ik serieus overwogen ook het hardfietsen als onderdeel van mijn actieve leven te schrappen. Het trok me stukken minder dan het lopen, maar misschien had dat ook wel te maken met mijn verlangen om xfcberhaupt weer lange duurlopen te kunnen volbrengen.

Totdat het moment kwam waarop ik merkte dat ik een omslagpunt had bereikt. Het fietsen ging me plotseling makkelijker af en ik begon me sterk te voelen. Qua prestaties stelt het niet zoveel voor als je bekijkt dat mijn doel om 35 kilometer af te leggen in een gemiddelde van 30km per uur nog steeds niet gehaald is maar ik bemerkte toch vooruitgang en dat sterkte me.

Drie weken nadat ik in mei op een heftige manier door mijn enkel was gegaan deed ik alweer trainingslopen van ruim 10 kilometer. Ik luisterde – zoals het hoort – goed naar mijn lichaam en nam extra rust toen mijn enkel protesteerde. Met wandelen probeerde ik vervolgens weer feeling te krijgen om – toen het weer enigszins leek te kunnen – de draad weer op te pakken. Dit ging een tijdje zo door totdat eindelijk ook mij duidelijk werd dat er niet voor niets gewaarschuwd wordt voor het te snel opvoeren van je trainingsintensiteit. Ik begon last te krijgen van een vreemde pijn in mijn middenvoet die er binnen de kortste keren voor zorgde dat mijn looptrainingen weer helemaal tot nul werden gereduceerd. Meest voor de hand liggend was een stressfractuur, veroorzaakt door te snel beginnen na een blessure. Andere mogelijkheid is dat er van het begin af aan toch ook in de rest van de voet iets gekwetst was, wat later pas aan de oppervlakte is gekomen. Hoe dan ook; rust was de enige remedie, en vooral rustdagen inplannen na elke trainingssessie. Dat was misschien nog wel het belangrijkste punt waarop het mis ging.

Nadat ik ook dat onder ogen had gezien en ik dus met nog meer beleid aan een terugkeer ging werken kwam vorige week donderdag de langverwachte dag waarop ik de conclusie dacht te mogen trekken dat het meeste leed geleden was. Ik werkte een training van ruim zes kilometer af zonder protest van m'n voet en ook nog eens met het gevoel dat het gewoon lekker ging. Dat was het moment waarop ik besloot dan ook maar weer de sfeer van wedstrijden te gaan proeven, zij het op zijn elfendertigst. Ik schreef me in voor de Boeskoolloop en nam me voor met behulp van mijn trainingsmuziek het zo rustig mogelijk aan te doen. En zo kan ik de conclusie trekken dat mijn muziekexperiment in blessuresituaties misschien nog wel een belangrijkere bijdrage kan leveren dan tijdens wedstrijden of gewone trainingen. Het – langzamere – ritme behoedde me voor een te enthousiast tempo en zorgde ervoor dat ik in de laatste ronde nog ruim voldoende over had om de muziek als het ware in te halen.

Vooraf had ik 5 minuten per kilometer niet alleen als streefdoel genoemd maar zelfs als maximaal haalbaar ingeschat. Een tempo van 4'46 bleek echter vrij simpel haalbaar waardoor ik in de laatste ronde besloot het maar eens netjes op 4'45 te gaan bijstellen en er een versnelling ingooide. Een eindtijd van 23:52 was het resultaat. Een tijd waarvoor menigeen het zou doen. De angst dat mijn wedstrijdschoenen toch op de een of andere manier de blessure weer boven water zouden toveren bleek gelukkig ongegrond. Helemaal uit het niets kwam die angst niet, omdat ik tijdens mijn sukkelperiode iets had uitgeprobeerd wat zeer succesvol bleek te zijn. Sinds mijn blessure had ik namelijk steeds getraind (of poging daartoe gedaan) op de schoenen waarmee ik de blessure had opgelopen. Toen ik echter een ander paar uitprobeerde bleek de druk op het pijnlijke punt weg te zijn en leek mijn voet ook veel meer steun te krijgen op de punten waar het nodig was. Of het nu aan de 'ongeluksschoen' ligt of gewoon aan het feit dat een andere schoen wel eens verlichting wil brengen; Probeer bij pijntjes of blessures ook eens een andere schoen. In mijn geval lijkt het geholpen te hebben.

Het is niet te omschrijven hoe het gevoel is nu ik eindelijk weer een wedstrijd heb volbracht. Gevolg daarvan is dat meteen de agenda weer tevoorschijn komt en ik alweer voorpret krijg als het alleen al gaat om inplannen van wedstrijden. Ik heb geleerd voorzichtiger te zijn, dus de inschrijving voor de Ravijnloop van aanstaande zaterdag stel ik nog even uit tot na de volgende training, maar het kriebelt weer enorm. Dat daar ook juist het grootste risico ligt realiseer ik me maar al te goed dus voorzichtigheid blijft geboden.

Mzzl.

16 August 2010
By on 11:38